Hoewel we onze datablog reeks over de effecten van de Coronacrisis op het verkeer reeds hadden afgesloten met een kwartaalrapportage, is de Coronacrisis nog allerminst voorbij. Daarom steken we toch weer even de thermometer in het verkeer in deze eerste week na de vakanties. En dat doen we door weer naar de automobiliteit, vrachtverkeer en fietsmobiliteit te kijken over de afgelopen maand en de eerste dinsdag van september. 

Automobiliteit

Figuur 1 hebben we in datablogreeks regelmatig voorbij laten komen en is bijgewerkt tot september. Sinds onze laatste Coronadatablog begin juli, zien we wel de nodige fluctuatie in de verkeersdrukte – gemeten in indices t.o.v. de eerste week van maart. Toch lijkt op dit moment wel een zekere stabilisatie waar te nemen, welke overeenkomt met de periode vlak voor de zomervakanties.

Figuur 1 Verkeersontwikkelingen over het eerste en tweede kwartaal in 2019 en 2020 t.o.v. de eerste week in maart (=100, bron: NDW)

De tabellen 1 en 2, waar we de verkeersindices per provincie uiteen hebben gezet, bevestigen dit. De verkeersdrukte zit net iets onder de ‘normale’ waarden van begin maart net voor de Coronacrisis losbarstte. In de lente zagen we nog dat de regionale verschillen vrij groot waren: nu in het begin van de herfst zien we dat de verschillen een stuk kleiner zijn geworden. In enkele provincies is het drukker dan normaal, namelijk Groningen, Flevoland en Zeeland.

Tabel 1 Index intensiteiten HWN per provincie, waarbij 3 maart = 100 (Bron: NDW)


Tabel 2 Index intensiteiten OWN per provincie, waarbij 3 maart = 100 (Bron: NDW)

De kaart met absolute verschillen in etmaalintensiteiten tussen heden en referentie toont de regionale verschillen op het netwerk (zie figuur 3). De grootste verschillen zijn zichtbaar op de A2 tussen Amsterdam en Utrecht, hetgeen ook één van de drukte routes in het land is.

Figuur 2 Absolute verschillen in etmaalintensiteiten per richting tussen 3 maart en 21 mei (bron: NDW)

Figuur 3 laat het verloop van de genoemde verkeersindex over de dag heen zien. De vraaguitval was (en is) dus niet gelijkmatig verspreid over de dag: in de spitsperioden zien we nog altijd de grootste vraaguitval. In de eerste weken na de beperkende maatregelen, namen we een halvering van het spitsverkeer waar. Inmiddels is de vraaguitval in de spitsen ca. 15% t.o.v. begin maart, net als eind lente.  

Figuur 3 toont een gestage verkeerstoename over de maanden, waarin duidelijk wordt dat het verkeer in de restdag een stuk sneller herstelt dan het spitsverkeer. Wel lijkt de curve sinds eind lente zich te stabiliseren. Zou dit het verkeerspatroon zijn in het ‘nieuwe normaal’?  

Figuur 3 Verkeersindex verschillende dinsdagen per netwerk over de dag, waarbij 3 maart = 100 (bron: NDW)

In de vorige datablog hebben we ook gekeken welke regio’s het meest populair waren deze zomer, als we kijken naar verkeersbewegingen van/naar de regio via de snelwegen. Deze zogenaamde verkeersproductie- en attractie hebben we ook voor de maand augustus bepaald. Vorige keer verwachtten we dat de kuststreken en andere waterrijke gebieden erg in trek zouden zijn, aangezien we toen aan het begin van de langste hittegolf ooit stonden. Figuur 4 laat zien dat over heel augustus de waterrijke regio’s in het noorden en westen inderdaad meer verkeer hebben aangetrokken t.o.v. augustus vorig jaar. De verkeersproductie- en attractie van/naar de Zeeuwse kust was vergelijkbaar met vorig jaar augustus. Daarnaast valt ook op – net als in juli – dat het oosten van het land ook in trek was in augustus.

Figuur 4 Verkeersproductie en –attractie index per COROP zone, waarbij 2019 = 100 (bron: NDW)

Internationaal verkeer is ook weer als vanouds (figuur 5), hoewel het verkeer van/naar België laatste weken weer een dipje vertoont. Mogelijk komt dit door de aangescherpte maatregelen in de regio Antwerpen.

Figuur 5 Index in- en uitgaand verkeer tussen Nederland en de buurlanden, eerste week maart = 100 (bron: NDW)

Vrachtverkeer

Figuur 6 toont de ontwikkelingen in het vrachtverkeer. In de zomer zagen een aanmerkelijk lagere vraag dan begin maart, hetgeen we ook vorig jaar zagen. Inmiddels is deze vraag weer een beetje bijgetrokken, maar is nog altijd lager dan onze referentieperiode, begin maart. Vorig jaar waren de volumes wel vergelijkbaar met de referentie: een mogelijk teken dat de vrachtverkeersvraag wat achter blijft.

Figuur 6 Vrachtverkeer over het eerste en tweede kwartaal in 2019 en 2020 t.o.v. de eerste week in maart (=100, bron: NDW)

De tabellen 3 en 4 tonen de indices per provincie. De terugval zien we terug in vrijwel iedere provincie, waarbij de regionale verschillen opvallen. In de noordelijke provincies is deze vraaguitval het kleinst.

Tabel 3 Index vrachtintensiteiten HWN per provincie, waarbij 3 maart = 100 (Bron: NDW)
Tabel 4 Index intensiteiten OWN per provincie, waarbij 3 maart = 100 (Bron: NDW)

Fietsmobiliteit

Figuur 7 toont de ontwikkelingen van het fietsverkeer, alsmede ook enkele relevante weerskenmerken, zoals windsnelheden, zonneschijn en neerslag in de regio Rijnmond over het afgelopen half jaar. Dan zien we inderdaad een gestage toename van het fietsverkeer sinds de Corona maatregelen, maar dat zal ook te maken hebben met seizoensinvloeden: afgelopen lente en zomer was er minder harde wind en aanzienlijk meer zonneschijn dan begin maart.

Figuur 7 Fietsverkeer en weer in de regio Rijnmond (bron: NDW, KNMI)

De figuren 8 en 9 lichten zon- en donderdagen over de laatste weken nader uit

Figuur 8 Fietsindex voor de regio Rijnmond op de zondagen (bron: NDW)
Figuur 9 Fietsindex voor de regio Rijnmond op de donderdagen (bron: NDW)

Conclusie

Op basis van de verkeersgegevens kunnen we het volgende stellen:

  • In de eerste week van september zien we dat de verkeersdrukte vergelijkbaar is met de laatste lenteweken, vlak voordat de zomervakanties begonnen. De vraaguitval lijkt inmiddels ook redelijk stabiel: ca. -5% t.o.v. begin maart;
  • Verder valt op dat de regionale verschillen kleiner zijn geworden vergeleken met de periode vlak voor de zomervakanties;
  • De verdeling over de dag is ook min of meer hetzelfde als vlak voor de zomervakanties. Dat betekent dat de vraaguitval in de spitsen nog altijd relatief hoog is: ca. -15% t.o.v. begin maart. Mogelijk stabiliseert het spitsverkeer zich rond deze waarden in het ‘nieuwe normaal’; 
  • In de maand juli waren de regio’s in het oosten van Nederland relatief meer in trek, in de maand augustus waren de waterrijke gebieden in het noorden en westen populair: de verkeersbewegingen van en naar deze gebieden waren relatief hoger dan vorig jaar. In de rest van het land waren die gelijk of minder vergeleken met juli 2019;
  • Het verkeer van en naar de buurlanden is qua omvang min of meer gelijk als in de periode vlak voor de beperkende maatregelen, ofschoon het verkeer van/naar België afgelopen week lichtelijk is gezakt. Mogelijk houdt dit verband met strengere reismaatregelen in de regio Antwerpen;
  • Het vrachtverkeer laat een daling zien t.o.v. de periode vlak voor de zomervakanties. T.o.v. de referentie begin maart ligt vrachtverkeersvraag ca. 8% lager;
  • Het fietsverkeer fluctueert sterk: sinds de beperkende maatregelen volgen de fietspatronen duidelijk de weerspatronen;
  • Bij mooi weer (veel zonuren, weinig neerslag) zien we beduidend meer fietsverkeer dan normaal, bij slecht weer loopt dit wat terug.